Er is onder rechthebbenden en cbo’s brede steun voor de opzet van een nieuwe wet collectief rechtenbeheer en toezicht. Over de bepalingen inzake de governance code en de informatieplicht hebben de VOI©E-leden voorstellen gedaan tot verbetering en/of verduidelijking. VOI©E verwacht dat hierover met betrokken partijen goede afspraken gemaakt kunnen worden waarmee in het wetsvoorstel rekening kan worden gehouden.
Veel is ten goede veranderd
De Federatie Auteursrechtbelangen wijst erop dat sinds het wettelijk toezicht van toepassing was op alle cbo’s in 2013, dat in vooruitliep op een Europese Richtlijn, veel is veranderd:
de Nederlandse cbo’s hebben in 2008 een brancheorganisatie opgericht (VOI©E), waarin is en wordt geïnvesteerd en samengewerkt voor kwaliteitsverbetering en zelfregulering; zo is er onder meer een Onderhandelingsprotocol met VNO-NCW en MKB-Nederland en als enige land in Europa een governance code voor cbo’s;
via deze zelfregulering en bijsturing door het College van Toezicht heeft de sector een grote professionaliseringslag gemaakt;
de in 2014 vastgestelde Europese richtlijn voor een geharmoniseerd toezicht in de Europese unie (“Richtlijn Toezicht”) heeft als vertrekpunt de keuzevrijheid en verantwoordelijkheid van de rechthebbenden voor het collectief beheer van hun rechten, waardoor het Nederlandse toezicht sterk afwijkt van het toezicht in andere Europese landen;
klachten van rechthebbenden zijn al jarenlang op één hand te tellen en de relatie met het betalingsplichtige bedrijfsleven is goed te noemen.
Verouderd toezichtstelselDie veranderde omstandigheden hebben nog niet geleid tot daaraan aangepaste wetgeving en van het al voor 2020 door het College toegezegde verlicht en risicogericht toezichtsbeleid is niets terecht gekomen. Daardoor is in Nederland sprake van een verouderd toezichtstelsel. Sinds de invoering van de Richtlijn Toezicht in 2016 zijn de kosten van het toezicht meer dan verdubbeld en stijgen deze nog steeds. Het evaluatierapport van de KWINK Groep uit 2024 toont volgens de Federatie aan dat wets- en koerswijziging wat betreft het toezicht op collectief beheer dringend noodzakelijk zijn.
Brede steun voor hoofdlijnen wetsvoorstelEr is er dan ook bij de rechthebbenden en de cbo’s brede steun voor de opzet van een nieuwe wet collectief rechtenbeheer en toezicht vanwege de volgende uitgangspunten:
Geen koppen meer op de Richtlijn Toezicht, zodat er voor de internationaal werkende Nederlandse cbo’s weer een gelijk speelveld in Europa is.
Geen preventief toezicht meer, zodat de verantwoordelijkheid voor besluitvorming ligt waar die hoort, namelijk bij het interne orgaan met de toezichthoudende functie, waarin de rechthebbenden billijk en evenwichtig zijn vertegenwoordigd.
Marginaal toezicht, dat ook daadwerkelijk risicogericht en proportioneel toezicht mogelijk maakt.
Vertrouwen in zelfregulering en in de interne toezichthouders en ageren op signalen dat onderzoek naar naleving van de wet nodig is, zoals dat ook in andere Europese landen gebeurt. Dat kan leiden tot efficiënter toezicht, waardoor zowel bij het College als bij de cbo’s kosten kunnen worden bespaard.
Over de bepalingen inzake de governance code en de informatieplicht hebben de VOI©E-leden voorstellen gedaan tot verbetering en/of verduidelijking.
Ad governance codeVOI©E-leden hanteren sinds 2011 richtlijnen voor goed en integer bestuur en sinds 2021 de code good governance cbo’s, gebaseerd op de Code Cultuur. Daarin is de sector uniek in Europa. In de code staan uitsluitend bovenwettelijke normen omdat het CvTA al toeziet op de wettelijke governance normen.
In 2025 is de evaluatie en actualisering van de code door de sector ter hand genomen en voor de zomer van 2026 wordt de code herzien, waarbij alle stakeholders en het CvTA worden betrokken. Op grond van artikel 37 kan het College erop toezien dat de code over de daarin genoemde onderwerpen regels bevat. Die code borgt zowel het onafhankelijk interne toezicht als de billijke en evenwichtige vertegenwoordiging van rechthebbenden in het orgaan dat de toezichtsfunctie uitoefent, met ruimte voor het noodzakelijke maatwerk naar aard, omvang en functie van de cbo. Op basis van de verantwoording van het toepassen van de code in het transparantieverslag en op de website van de cbo’s kan het College erop toezien dat iedere cbo de code toepast. VOI©E voorziet in de herziene code ook in een onafhankelijke monitorcommissie en rapportage van die commissie aan het CvTA. Mocht blijken dat een cbo de code niet toepast, kan het CvTA daar VOI©E op aanspreken. Mocht dat naar het oordeel van het CvTA onvoldoende resultaat hebben, kan dat bij de wetgever aan de orde worden gesteld die zo nodig op grond van artikel 37 lid 4 een nadere bepaling in een AMVB kan opnemen, waarop dan voortaan het CvTA kan toezien. Dit staat los van het externe toezicht op de good governance eisen die in de wet blijven staan. Het is in het consultatievoorstel nog niet duidelijk dat de naleving van de bovenwettelijke normen in de code wordt overgelaten aan het orgaan met de toezichtfunctie bij de betreffende cbo.
Ad informatieplichtHet College kan in overleg met VOI©E alle informatie krijgen die het voor zijn toezicht nodig of wenselijk acht. Daarover zijn in het verleden, al voordat de wet toezicht op alle cbo’s van toepassing was, altijd goede afspraken met VOI©E gemaakt. Zo krijgt het College bijvoorbeeld inzage in alle vergaderstukken van iedere cbo. Wat dat betreft is artikel 48 in feite overbodig.
VOI©E kan zich echter voorstellen dat een aantal besluiten van dermate wezenlijk belang blijft, dat het draagvlak voor de cbo ermee is gediend dat wettelijk wordt voorgeschreven dat deze besluiten tijdig voor inwerkingtreding aan het College moeten worden gemeld.
In de Memorie van Toelichting wordt benoemd dat deze informatieplicht als één van de aangrijppunten van risicogericht toezicht wordt beschouwd. Het is voor de VOI©E-leden van belang dat het voor alle betrokkenen duidelijk is wat onder risicogericht toezicht en marginaal toezicht wordt verstaan.
De consultatieperiode was voor het CvTA, VNO-NCW en MKB-Nederland en VOI©E te kort om de uitvoering van de informatieplicht met elkaar te bespreken.
Van de veertien onder artikel 48 genoemde “wezenlijke besluiten” vallen negen besluiten al meer dan tien jaar onder de informatieplicht en heeft dat nooit tot problemen geleid. Er is geen enkele reden om te veronderstellen dat dit wel tot problemen gaat leiden voor de vijf besluiten die in de huidige wet nog onder het preventieve toezicht vallen. De VOI©E-leden kunnen zich voorstellen dat er vragen zijn over de consequenties van de verschuiving van preventief toezicht naar de informatieplicht en dat in het wetsvoorstel voor deze vijf besluiten een termijn en een boeteclausule is opgenomen ter geruststelling. Naar de overtuiging van de VOI©E-leden is daartoe geen enkele noodzaak. VOI©E-leden zullen zich ook aan deze informatieplicht houden en het College kan tijdig aan de bel trekken als er vragen over zijn en met hun instrumentarium kunnen bijsturen waar dat noodzakelijk is. VOI©E verwacht dat hierover met betrokken partijen goede afspraken gemaakt kunnen worden waarmee in het wetsvoorstel rekening kan worden gehouden.
Zie
hier de volledige reactie van de Federatie Auteursrechtbelangen en VOI©E.
Zie
hier de andere reacties op het consultatievoorstel.