Voorgesteld wordt de Wet toezicht en geschillenbeslechting collectieve beheersorganisaties auteurs- en naburige rechten (hierna: Wet toezicht) te vervangen door het wetsvoorstel. Hoeksteen van het voorstel is een hernieuwde en getrouwe omzetting van Richtlijn 2014/26/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 februari 2014 betreffende het collectieve beheer van auteursrechten en naburige rechten en de multiterritoriale licentieverlening van rechten inzake muziekwerken voor het online gebruik ervan op de interne markt (hierna: Richtlijn 2014/26/EU).De belangrijkste wijzigingen voor de praktijk zijn:• De voorafgaande goedkeuring door het CvTA van bepaalde besluiten van cbo’s die van wezenlijke invloed zijn op het collectief rechtenbeheer (het zogeheten “preventieve toezicht”) wordt afgeschaft. Daarvoor in de plaats komt een meldplicht. Cbo’s moeten deze besluiten voortaan nog steeds onverwijld doch uiterlijk acht weken voor inwerkingtreding schriftelijk melden bij het CvTA, maar voorafgaande goedkeuring is niet langer noodzakelijk.
• De bestuurderstoets wordt aangepast. Het CvTA blijft betrokken bij de benoeming van een bestuurder of een lid van het orgaan dat binnen een cbo de interne toezichtfunctie uitoefent. Voortaan kan het CvTA niet langer toetsen of voorgedragen kandidaten bij de twee grootste cbo’s (Buma en Sena) betrouwbaar en geschikt zijn. Hij kan wel controleren of alle cbo’s beschikken over een procedure waarin op betrouwbaarheid en geschiktheid wordt getoetst.
• De open norm dat het CvTA erop toeziet dat cbo’s voldoende op hun taak zijn toegerust vervalt. Daarvoor in de plaats komt een verplichte governance code voor cbo’s met maatschappelijk breed aanvaarde regels inzake goed bestuur van en intern toezicht op hun organisatie. (De per 1 januari 2027 herziene governance code cbo’s beoogt hierin te voorzien.)
Er is bij de rechthebbenden en de cbo’s brede steun voor de opzet van een nieuwe wet collectief rechtenbeheer en toezicht vanwege de volgende uitgangspunten:
• Geen koppen meer op de Richtlijn Toezicht, zodat er voor de internationaal werkende Nederlandse cbo’s weer een gelijk speelveld in Europa is.
• Geen preventief toezicht meer, zodat de verantwoordelijkheid voor besluitvorming ligt waar die hoort, namelijk bij het interne orgaan met de toezichthoudende functie, waarin de rechthebbenden billijk en evenwichtig zijn vertegenwoordigd.
• Vertrouwen in zelfregulering en in de interne toezichthouders en ageren op signalen dat onderzoek naar naleving van de wet nodig is, zoals dat ook in andere Europese landen gebeurt. Dat kan leiden tot efficiënter toezicht, waardoor zowel bij het College als bij de cbo’s kosten kunnen worden bespaard.