In antwoord op schriftelijke vragen van de leden Van Dekken (PvdA) en Jasper van Dijk (SP) over de inkomenspositie van popmuzikanten geeft de minister aan de uitkomsten van het onderzoek “Pop, wat levert het op?” zorgelijk te vinden.

Zij heeft de Raad voor Cultuur gevraagd haar te adviseren over de inzet van de € 2 miljoen die door de Kamer in 2016 bestemd is voor verbetering van de positie van de kunstenaar op de arbeidsmarkt. Daar horen ook popmuzikanten bij. Het advies van de Raad voor Cultuur verwacht zij uiterlijk eind maart. 
Met de leden Van Dekken en Van Dijk is de minister van mening dat podia een belangrijke rol spelen op gebied van talentontwikkeling. Beginnende artiesten en muzikanten moeten de mogelijkheid hebben om voldoende vlieguren te maken. Podia bieden die gelegenheid. Wat betreft de vergoeding die daar tegenover moet staan, is  zij van mening dat dat een verantwoordelijkheid van de sector is. Podia kunnen hierover gezamenlijke afspraken maken, in overleg met muzikanten. 

Poppodia worden voor het overgrote deel gesubsidieerd door de gemeenten. De gemeenten kunnen dit punt onderdeel maken van de subsidievoorwaarden. De minister gaat echter niet over de subsidierelaties van de gemeenten. Wel zal zij hiervoor aandacht vragen in de overleggen die zij met de andere overheden voert. 

Gevraagd is of de minister de mening deelt dat de moderne, elektronische platforms voor massacommunicatie, zoals YouTube, SoundCloud en Facebook, veel geld verdienen aan muziek zonder dat de rechthebbenden daarvoor gecompenseerd worden? De minister geeft aan ermee bekend te zijn dat het veld zorgen heeft over de vraag of het geld dat wordt verdiend door sommige moderne elektronische platforms voor massacommunicatie van online-inhoud rechtvaardig wordt verdeeld in de markt. Dat is met name het geval indien rechthebbenden van die inhoud de licentievoorwaarden daarvoor onvoldoende zelf kunnen bepalen. Zij verkeren dan immers in een situatie waarin zij niet zelf rechtstreeks met potentiële gebruikers kunnen onderhandelen. Mede in het licht van deze zorgen heeft de Europese Commissie in haar mededeling ‘Towards a modern, more European copyright framework’ van 9 december 2015 aangekondigd te zullen onderzoeken of maatregelen nodig zijn betreffende een eerlijke markt op internet. Daarbij zal zij zich met name concentreren op de rol van internet service providers die auteursrechtelijk beschermde werken distribueren. 

Daarnaast loopt momenteel een prejudiciële zaak bij het Hof van Justitie van de Europese Unie (C-610/15 Stichting Brein) over de vraag van de verwijzende Nederlandse Hoge Raad of, en wanneer internet service providers een auteursrechtelijk relevante handeling verrichten in het kader van de Auteursrechtrichtlijn. 

Minister Bussemaker wacht de resultaten van het onderzoek van de Europese Commissie en de uitspraak van het Europese Hof met belangstelling af. Deze resultaten, evenals het te verwachten voorstel van de Europese Commissie, zullen naar verwachting in het voorjaar van 2016 worden gepubliceerd. Over de plannen van de Europese Commissie zal het Nederlands Kabinet op de te doen gebruikelijke wijze een standpunt bepalen en aan de Tweede Kamer communiceren. 

De minister zal in februari een brief over de popmuziek naar de Kamer sturen, waarin zij ingaat op de ondersteuning van talentontwikkeling en de internationale promotie. Voor de totstandkoming van de brief is overleg gevoerd met verschillende partijen, waaronder de Popcoalitie.

Lees hier de volledige antwoorden.

01-02-2016