In de Tweede Kamer is op 28 april met minister Kamp van EZ gesproken over het wetsvoorstel Wijziging van de Telecommunicatiewet ter uitvoering van de netneutraliteitsverordening. D66 betrok hierbij de discussie over het niet blokkeren van toegang tot internet.

 

Het Kamerlid Verhoeven (D66) maakte van deze gelegenheid gebruik om ter discussie te stellen dat het kabinet op andere vlakken de verkeerde weg inslaat door toe te staan dat de toegang tot websites geblokkeerd kan worden. Hij doelde op de behandeling van de Kansspelwet, waarin een bevoegdheid staat voor de Kansspelautoriteit tot het blokkeren van illegale goksites via DNS- en IP-blokkades. D66 heeft een amendement hiertegen voorgesteld onder verwijzing naar het rapport van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR), getiteld “De publieke kern van het internet”.
De toename van cybercrime, de kwetsbaarheid van vitale infrastructuren en de opkomst van veiligheidsvraagstukken in de digitale wereld maken dat staten hun terughoudendheid ten opzichte van het internet laten varen. De WRR beargumenteert in dit rapport dat de protocollen en standaarden die tezamen de basisinfrastructuur van het internet vormen als een mondiaal publiek goed zijn te beschouwen. De WRR bepleit om het internet tot speerpunt van het buitenlands beleid te verheffen en formuleert aanbevelingen voor een diplomatieke agenda.
Verhoeven heeft de minister gevraagd of hij bereid is om met zijn collega van Veiligheid en Justitie in gesprek te gaan over het niet blokkeren van websites. 

Ultimum remedium nodig in een rechtsstaat 
Minister Kamp antwoordde dat absoluut niet lichtvaardig mag worden omgegaan met de mogelijkheid om websites te blokkeren en daarin dus terughoudendheid moet worden betracht. In de Wet op de kansspelen, die in voorbereiding is, wordt dit echter als een ultimum remedium gepresenteerd en wordt het bovendien gekoppeld aan de voorwaarde dat een rechter-commissaris daar in een individueel geval vooraf toestemming voor moet hebben gegeven. In artikel 7.4a van de Telecommunicatiewet staat al dat op last van de rechter een uitzondering gemaakt mag worden op het algemene verbod op het blokkeren van internetverkeer. Het blokkeren van internetverkeer mag niet, maar we leven in een rechtsstaat en de rechter kan op grond van zijn bevindingen in een bepaald onderzoek van mening zijn dat het noodzakelijk is om daarop een uitzondering te maken. “Mijn lijn is gelijk aan die van de heer Verhoeven voor wat betreft het niet-blokkeren van websites, maar ik hoop dat onze lijn ook gelijk is als ik zeg dat een rechter-commissaris de gelegenheid moet hebben, net zoals hij die nu al heeft, om daar een uitzondering op te maken in het belang van de rechtspleging”, aldus de minister. Deze lijn van het Kabinet is ook van belang voor de discussie over het kunnen blokkeren van toegang tot sites met illegaal aanbod van auteursrechtelijk beschermde werken.

Algemene internettoegang gegarandeerd
Met betrekking tot de netneutraliteitsverordening lichtte de minister toe dat het uitgangspunt dat gespecialiseerde diensten niet ten koste mogen gaan van de algemene internettoegang, hard wordt vastgelegd in deze verordening. Ten eerste wordt de voorwaarde gesteld dat de gespecialiseerde dienst helemaal geoptimaliseerd moet zijn voor een specifieke inhoud. Je moet er dus echt voor zorgen dat je alleen dat beslag legt op de internetcapaciteit dat echt nodig is voor jouw gespecialiseerde dienst. Ten tweede mag die dienst alleen maar worden aangeboden als de internetcapaciteit, de netwerkcapaciteit, groot genoeg is om die diensten toe te laten in aanvulling op de algemene internettoegang. Dat betekent dat de algemene internettoegang eerst komt, en als er voor iedereen voldoende toegang is en er is ruimte over, komen gespecialiseerde diensten in beeld. Verder mogen gespecialiseerde diensten niet ter vervanging van internettoegangsdiensten gebruikt worden. Als je ergens bent en internettoegang wilt, mag het niet zo zijn dat je alleen via een gespecialiseerde dienst op internet kunt komen. Een gespecialiseerde dienst mag ook geen nadelige invloed hebben op de beschikbaarheid of de algemene kwaliteit van alle mogelijke internettoegangsdiensten voor de eindgebruikers. 
Er zijn op het punt van toegang en congestiemanagement ook geen onduidelijkheden. In de verordening staat dat er maar één uitzondering op het verbod op blokkeren of vertragen van internetverkeer is, namelijk alleen als er congestie dreigt. In dat geval mag een internetbeheerder bepaalde technische maatregelen nemen om die congestie te voorkomen. Dat is ook weer breed geformuleerd, maar dat is goed, aldus de minister, want dat geeft aan dat dat echt alleen maar mag als het nodig is om iedereen blijvend, ongestoord toegang tot internet te bieden. Volgens de minister is dat met die algemene verplichting op een goede manier neergezet. De federatie van de toezichthouders in de 28 lidstaten van de Europese Unie gaat nog bekijken of zij op dat punt nog met nadere richtsnoeren komt. 

29-04-2016