Op 1 maart heeft minister Bussemaker de Tweede Kamer per brief geïnformeerd over de voortgang van trajecten die voor verbetering moeten zorgen op het gebied van sociale dialoog, auteursrecht, honoraria, ondernemersvaardigheden, en uitgangspunten voor goed werkgeverschap en goed opdrachtgeverschap. Na eerdere kritiek van de Federatie Auteursrechtbelangen over het ontbreken van aandacht voor het belang van auteursrecht voor de positie van kunstenaars, wordt dat in deze Kamerbrief goed gemaakt.

In januari 2016 hebben de SER en de Raad voor Cultuur een gezamenlijke Verkenning arbeidsmarkt culturele sector uitgebracht. Daarin uitten zij hun zorgen over de inkomens- en arbeidsmarktpositie van kunstenaars. 
In de brief van de minister van 31 mei 2016 is benadrukt dat de arbeidsmarkt in de eerste plaats een verantwoordelijkheid is van de sector zelf: kunstenaars en instellingen in verschillende disciplines, al dan niet binnen de kaders van een cao, in afstemming met het kunstvakonderwijs, beroepsgroepen en belangenverenigingen. Deze brief was voor de Federatie Auteursrechtbelangen aanleiding om aandacht te vragen voor het belang van auteursrecht voor de positie van kunstenaars. Het ministerie van OCW heeft daar positief op gereageerd.
De sector is gevraagd om een sector brede arbeidsmarktagenda op te stellen waarin gezamenlijk ambities worden geformuleerd voor goed werkgeverschap en goed opdrachtgeverschap, scholing en betere toepassing van wet- en regelgeving, zoals het arbeidsrecht en het auteursrecht. Dat is ondersteund met een extra subsidie van 400.000 euro voor extra capaciteit, kennis en overleg en voor concrete projecten of pilots.  
 
Voorbeelden van aan auteursrecht gerelateerde initiatieven 
Het Fonds Podiumkunsten richt zich op een pilot rond afstemming van (redelijke) gages en uitkoopsommen bij concerten van middelgrote ensembles. 
Het Filmfonds faciliteert de totstandkoming van nieuwe koepelafspraken tussen distributeurs en producenten. Afspraken tussen producenten en opdrachtnemers moeten leiden tot algemene bepalingen voor modelcontracten. Tevens wordt een deel van de middelen ingezet ter versterking van de bestaande regeling voor training ten behoeve van deskundigheidsbevordering en kennisopbouw over nieuwe verdienmodellen en ondernemerschap van makers (bijvoorbeeld regisseurs, producenten en scenaristen). 
Het Letterenfonds biedt scholingstrajecten voor schrijvers en vertalers aan, gericht op de toepassing van modelcontracten, de onderhandelingspraktijk en kennis over het auteursrecht. 
De beeldende kunstsector heeft concrete stappen genomen om de onderhandelingspraktijk bij honoraria te versterken. 
In het voorjaar van 2017 organiseert OCW een bijeenkomst voor de cultuurfondsen en Stichting Cultuur+Ondernemen om kennis en ervaring op het gebied van ondersteuning uit te wisselen. Daarbij zal tevens worden ingegaan op de mogelijkheden voor vergroting van kennis over (uitbating van) het auteursrecht.  

Collectieve afspraken en mededinging
In de tweede helft van 2016 hebben de ministeries van OCW, SZW en EZ overlegd met de ACM en verenigingen van werkenden en werk- en opdrachtgevers in de culturele sector. In deze gesprekken zijn de opties voor versterking van de onderhandelingspositie van kunstenaars besproken, ook in internationaal perspectief. In een bijlage bij de Kamerbrief wordt besproken wat binnen bestaande wet- en regelgeving mogelijk is en welke wetgeving in Nederland en andere Europese landen is ingezet om de bestaande mogelijkheden te verruimen.  
 
Voorbeeld van sector brede samenwerking
De minister juicht toe dat de vakbonden en beroepsorganisaties die via het Platform Makers deelnemen aan de Federatie Auteursrechtenbelangen, zijn overeengekomen te onderzoeken hoe zij hun beleidsinspanning kunnen verbreden. Waar relevant zullen zij als collectief van makers en kunstenaars deelnemen aan bestuurlijk overleg met het ministerie van OCW.  

Lees de Kamerbrief hier en de bijlage hier.

03-03-2017