Als gevolg van de implementatiewet Richtlijn collectief beheer heeft de VOI©E-ledenvergadering op advies van de Commissie van Belanghebbenden de CBO-Keurmerkcriteria aangepast per 1 januari 2017.
Alle VOI©E-leden beschikken over het CBO-Keurmerk, dat wordt verleend op basis van een onafhankelijk en bindend advies van het Keurmerkinstituut.

Wijze van totstandkoming aanpassingen
Na een eerste oriëntatie besproken in de Commissie van Belanghebbenden, waarin de rechthebbenden, de CBO’s en het bedrijfsleven zijn vertegenwoordigd, zijn de mogelijke en benodigde aanpassingen van het CBO-Keurmerk herhaaldelijk besproken met de VOI©E-leden en met het College van Toezicht. 
Hierbij is de leidraad geweest dat de belanghebbenden bij het CBO-Keurmerk en de toezichthouder geholpen zijn met een uniforme uitleg en toepassing van de wettelijke normen, objectief toetsbaar door de auditor van het Keurmerkinstituut.
Bij normen waar de aangepaste wet reeds zodanig is uitgewerkt dat nadere uitwerking in het Keurmerk geen toegevoegde waarde heeft, zijn deze normen niet ook opgenomen in de keurmerkcriteria of zijn daaruit verwijderd.

Belangrijkste wijzigingen
In de Keurmerkcriteria worden dezelfde definities gehanteerd als in de richtlijn en wet toezicht. Zo zijn er onder meer nieuwe definities voor ‘beheerskosten’ en ‘CBO’ en geldt de norm voor reservering voor sociale en culturele diensten nu ook voor ‘educatieve diensten’. Conform de door de richtlijn aangepaste wet berust deze bevoegdheid bij de algemene ledenvergadering of bij het orgaan dat de toezichtfunctie uitoefent wanneer de CBO een stichting is of aan de vergadering van al dan niet rechtstreeks aangesloten rechthebbenden.
De publicatieverplichtingen op de website zijn aangevuld, onder meer moet nu worden gepubliceerd wat het algemene beleid is met betrekking tot verdeling, beheerskosten en andere inhoudingen en het beleid inzake het gebruik van onverdeelde bedragen, waarvoor de uitgangspunten in de CBO-Keurmerkcriteria zijn vastgelegd.
VOI©E en het College van Toezicht hechten er aan dat het huidige geharmoniseerde Keurmerk-repartitieregime in tact is gebleven wat betreft de repartitietermijnen in plaats van het meer open systeem van de richtlijn met mogelijk verschillende invulling van termijnen als gevolg van de “objectieve redenen die een CBO ervan weerhouden de uiterste termijn te eerbiedigen”. De CBO dient een zo groot mogelijk deel van de voor verdeling beschikbare bedragen uiterlijk negen maanden na jaar van incasso verdelen. De objectieve redenen die de CBO ervan weerhouden de genoemde termijnen na te leven of binnen genoemde termijnen alle voor verdeling beschikbare bedragen te verdelen, dienen te worden toegelicht aan het CvTA. 
VOI©E heeft met het College afgesproken hiermee reeds met ingang van 2017 over de in 2016 geïncasseerde gelden te gaan werken om wederzijds ervaring op te doen. 

De aangepaste versies van de Keurmerkcriteria per 1 januari 2017 met alle bijlagen vindt u hier.

06-01-2017