Wat zijn de consequenties voor de belanghebbenden?

De Eerste Kamer heeft het wetsvoorstel tot implementatie van de richtlijn collectief beheer als hamerstuk afgedaan. Op grond van de richtlijn had de invoering van de hierdoor gewijzigde Wet toezicht op 10 april 2016 plaats moeten vinden, nu treedt de wet in werking op de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst. Wat gaan de belanghebbenden bij collectief beheer hiervan merken?

Nog geen gelijk speelveld

Door de vooruitlopende Nederlandse wetgeving en via zelfregulering (CBO-Keurmerk) zijn veruit de meeste Europese regels reeds de praktijk. VOI©E heeft de implementatie van de richtlijn dan ook altijd gesteund zodat er ten minste bij alle lidstaten van de Europese Unie een gelijke positie voor collectieve beheersorganisaties (CBO’s) is. Dit is belangrijk voor de bescherming van de positie van de Nederlandse rechthebbenden binnen de toenemende internationale concurrentie. Door de verdergaande Nederlandse toezichtwet, die gebaseerd was op de monopoliepositie van CBO’s en door deze ontwikkelingen deels is achterhaald, is er nog geen gelijk speelveld voor de Nederlandse CBO’s. Volgens minister Van der Steur vragen het afschaffen van het ex ante toezicht, de mogelijkheid om CBO’s op bepaalde onderdelen tot samenwerking te verplichten, en de toepasselijkheid van de Wet normering topinkomens (WNT) om een bredere herziening en zal bij de aanstaande evaluatie van de Wet toezicht worden bezien in hoeverre de concurrentiepositie van Nederlandse CBO’s heeft te lijden doordat de bepalingen die verder gaan dan de richtlijn vooralsnog zijn gehandhaafd. VOI©E hoopt dan ook dat deze evaluatie spoedig zal plaatsvinden.

Wat merken gebruikers ervan?
Voor gebruikers verandert er weinig. Er worden meer eisen gesteld aan het jaarlijkse transparantieveslag waardoor gebruikers nog meer op detailniveau kunnen zien wat er met de geïncasseerde gelden gebeurt, maar de meeste informatie is nu al beschikbaar.
Hoewel alleen de CBO’s onder toezicht staan, is nu in de Toezichtwet wel opgenomen dat ervan uit wordt gegaan dat ook gebruikers in goed vertrouwen onderhandelingen voeren over de licentieverlening en de noodzakelijke informatie verschaffen. Het College van Toezicht kan daardoor in de beoordeling van een voorkomend geschil tussen een CBO en een gebruiker(sorganisatie) de opstelling van de gebruiker ter zake meewegen.

Nieuw is ook dat een CBO met een representatieve organisatie van professionele gebruikers een algemeen geldend "format” voor de aanlevering van informatie kan afspreken, goed te keuren door het College van Toezicht. 
De richtlijn collectief beheer is vooral gericht op de rechthebbenden, die meer ruimte krijgen om hun rechten deels zelf te gaan beheren of deze geheel of gedeeltelijk bij andere organisaties in binnen- of buitenland onder te brengen. Dit bevordert de concurrentie, maar kan voor Nederlandse gebruikers het nadeel opleveren dat niet meer alle rechten bij één Nederlands loket geregeld kunnen worden. Het risico hierop is wel beperkt doordat lidstaten verplicht collectief beheer mogen handhaven, zoals in Nederland het reprorecht, het leenrecht, de thuiskopievergoeding, de naburige rechten bij Sena en de wettelijke aanspraken van Lira, NORMA en VEVAM in het filmcontractenrecht. 
Er komen wellicht meer CBO’s onder toezicht omdat de wettelijke definitie is verruimd naar organisaties die een winstoogmerk hebben, indien deze eigendom is van of onder zeggenschap staat van de rechthebbenden. 
Wellicht komen er ook meer organisaties onder beperkt toezicht, namelijk zogenaamde “onafhankelijke beheersorganisaties”. Dat zijn organisaties met winstoogmerk en die niet onder controle staan van rechthebbenden, maar die wel dezelfde activiteiten ontplooien als een CBO. Deze organisaties krijgen een aantal publicatieverplichtingen, waardoor in voorkomende gevallen de transparantie ook voor de gebruiker toeneemt.

Wat merken de rechthebbenden ervan?
CBO’s die via vrijwillig collectief beheer een pakket aan verschillende rechten aanbieden moeten de rechthebbenden laten zien welke keuzevrijheid zij daarin hebben. Daarvoor moet inzichtelijk worden gemaakt welk deel van de inkomsten en welk deel van de kosten met de betreffende rechten is gemoeid.
Tevens zullen deze CBO’s moeten aangeven in hoeverre en onder welke voorwaarden rechthebbenden niet-commercieel gebruik zelf kunnen regelen. Een mogelijkheid om hier invulling aan te geven zijn de “Creative Commons” voorwaarden voor niet-commercieel gebruik, zoals Buma/Stemra thans al hanteert.
Deze keuzevrijheid is er dus niet bij verplicht collectief beheer, al mag een rechthebbende er wel voor kiezen om zijn aanspraak bij een buitenlandse CBO onder te brengen.
De rechthebbenden bepalen de omvang en voorwaarden voor deze opties zelf via het orgaan met de toezichtsfunctie van de CBO. De nieuwe wet bevat de nodige bepalingen om deze inspraak te garanderen, ook langs elektronische weg.
Over het algemeen is de inspraak van rechthebbenden al goed geregeld bij Nederlandse CBO’s, hier en daar zullen enkele aanpassingen in de governance moeten worden gedaan om aan alle nieuwe wettelijke eisen te voldoen.
Aan de bepalingen over het binnen drie jaar uitkeren en zo snel mogelijk na incasso uitkeren, tenzij dat om objectieve redenen nog niet mogelijk is, voldoen de Nederlandse CBO’s in de praktijk al. De Keurmerkcriteria worden in overleg met het College van Toezicht ter zake nog verduidelijkt om het controleerbaar te houden.
Rechthebbenden krijgen inzage in de gelden die nog niet zijn verdeeld wegens gebrek aan benodigde gegevens, zodat zij die in voorkomende gevallen en zo mogelijk kunnen aanvullen om uitkering mogelijk te maken. 

Wat merken de CBO’s ervan?
De meeste impact hebben de nadere eisen aan het verder in detail transparant maken van inkomsten en kosten per rechtencategorie waaruit rechthebbenden kunnen kiezen en overige nadere eisen aan het jaarlijkse transparantieverslag. Dat vraagt om meer administratieve inspanningen en investeringen in systeemtechnische aanpassingen om dit mogelijk te maken. 
De wijze waarop aangesloten rechthebbenden langs elektronische weg hun lidmaatschapsrechten kunnen uitoefenen, vraagt ook nog wel enige hoofdbrekens en kosten.
Belangrijkste zorg op de wat langere termijn is natuurlijk wat deze ontwikkeling naar flexibilisering en concurrentie gaat betekenen voor de positie van Nederlandse CBO’s.
De richtlijn biedt ook kansen voor Nederlandse CBO’s om zich internationaal te profileren. Dat geldt met name voor Buma op het terrein van online exploitatie, die daarvoor wel zal moeten kunnen voldoen aan de zware eisen die de Europese regelgeving stelt aan CBO’s die multiterritoriale licenties voor onlinerechten voor muziekwerken verlenen.

Wat merkt het College van Toezicht ervan?

De Wet Toezicht richt zich in feite op het College. Het College moet erop toezien dat de CBO’s zich aan de uitgebreide wet houden. Belanghebbenden kunnen klagen bij het College wegens vermeende niet-naleving van de wet door een CBO. 
Het College krijgt ook een internationale taak. De toezichthouders in de lidstaten kunnen elkaar informeren over mogelijke schendingen van de richtlijn, bijvoorbeeld door een buitenlandse CBO (uit een EU-lidstaat) die niet in Nederland is gevestigd, maar hier wel actief is.

11-11-2016