StOP NL (Stichting Onafhankelijke Producenten Nederland) wordt bij besluit van 10 november 2014 aangemerkt als een collectieve beheersorganisatie in de zin van de Wet Toezicht. Dit betekent dat het College van Toezicht Auteurs- en naburige rechten toezicht gaat houden op de activiteiten van StOP NL.

Het College heeft StOP NL voorgedragen voor toevoeging aan de lijst met onder toezicht gestelde CBO's omdat het van oordeel is dat de feitelijke werkzaamheid van StOP NL valt onder het geheel of in belangrijke mate innen en/of verdelen van auteursrechtelijke of nabuurrechtelijke vergoedingen. Om onder het toezicht te worden geplaatst is een drempel voor de totale incasso vastgesteld van 1.000.000 euro over twee opeenvolgende kalenderjaren. Het College heeft aangegeven dat StOP NL die drempel overschrijdt.

Het College heeft StOP NL in de gelegenheid gesteld te reageren op het voornemen van de voordracht. StOP NL heeft daarop aangegeven dat zij niet kwalificeert als CBO in de zin van de Wet Toezicht en de Richtlijn collectief beheer, ten eerste omdat zij geen vergoedingen int en reparteert die gebaseerd zijn op een auteursrechtelijke en nabuurrechtelijke grondslag; en ten tweede omdat StOP NL niet als hoofddoel of enig doel het beheer van auteurs- of naburige rechten, namens meer dan één rechthebbende, zou hebben. Het College heeft aangegeven dat de - nog niet geïmplementeerde - Richtlijn geen rol speelt bij de beoordeling of StOP NL kwalificeert als CBO in de zin van de Wet Toezicht. Ook geeft het College aan dat het enkele feit dat een organisatie andere werkzaamheden verricht naast collectief beheer, niet uitsluit dat deze organisatie toch kwalificeert als CBO, en dat StOP NL wel degelijk vergoedingen int en reparteert die gebaseerd zijn op een auteursrechtelijke en nabuurrechtelijke grondslag.

Daarnaast heeft StOP bezwaren tegen de kwalificatie als CBO, omdat zij dan mogelijk op basis van de Wet Toezicht gedwongen kan worden om met andere CBO's samen te werken. Het College heeft aangegeven dat er geen aanwijzingen zijn dat van de mogelijkheid om een dergelijke AMvB uit te vaardigen gebruik zal worden gemaakt, en dat het enkele feit dat deze mogelijkheid bestaat los staat van de kwalificatie van StOP als CBO in de zin van de wet. In voorkomend geval zal StOP NL overigens in de gelegenheid worden gesteld eventuele bezwaren daartegen voor het voetlicht te brengen.

Ten slotte heeft StOP NL bezwaar tegen de kwalificatie als CBO, omdat de geheimhouding van door StOP NL gemaakte afspraken niet gewaarborgd zou zijn. Het College kan immers gehouden zijn informatie die StOP NL heeft verschaft openbaar te maken in het kader van de Wob. Het College stelt dat dit bezwaar geen grond vormt om af te zien van het onder toezicht stellen van een CBO.

De staatssecretaris van V&J heeft het advies van het College overgenomen en het Besluit van 10 november uitgevaardigd, dat op 1 januari 2015 in werking treedt.

20-11-14