Op 3 juni werd de plenaire behandeling van het stelsel openbare bibliotheekvoorzieningen in de Tweede Kamer vervolgd. Daar ontstond een interessant debat over de digitale bibliotheek en de verschillen tussen het uitlenen van fysieke exemplaren en e-books. Hieronder een selectie uit het betoog van minister Bussemaker in dit debat.

Er kan al veel geleend worden
Net als bij de fysieke bibliotheek valt ook bij de digitale bibliotheek een onderscheid te maken tussen vrij gebruik en gebruik waarvoor een registratie nodig is. De digitale bibliotheek omvat rechtenvrije en rechtendragende content. De rechtenvrije content is voor iedereen, waar ook ter wereld, vrij toegankelijk. Voor de toegang tot de rechtendragende content is echter een gebruikersregistratie vereist. Ik zal dat illustreren. Alle literatuur van schrijvers die 70 jaar of langer geleden overleden zijn, is sowieso vrij. Daarnaast zijn de titels vrij die beschikbaar zijn gekomen, zoals de 500 e-books die intussen in de digitale bibliotheek zitten. Dat zijn titels van grote Nederlandse schrijvers als Hermans, Jan Wolkers en Remco Campert, maar ook van meer recente schrijvers als Arnon Grunberg, Kees van Kooten en Arthur Japin. Bibliotheekleden kunnen deze titels allemaal gratis lezen. Daarover zijn met uitgevers en auteurs afspraken gemaakt. De rechthebbenden, de uitgevers en auteurs, ontvangen een vergoeding per uitlening. Afhankelijk van de actualiteit van de titel bedraagt die €0,24 of €0,36 per uitlening. Het pakket aan titels wordt de komende jaren steeds verder uitgebreid. Openbare bibliotheken en uitgevers zijn daarover in onderhandeling. Als openbare bibliotheken bepaalde veelgelezen titels willen toevoegen, kunnen zij dat bij de onderhandelingen met de uitgevers inbrengen. In het kader van de leeslijst noem ik bijvoorbeeld een populair boek als Het gouden ei van Tim Krabbé, waarvan je je kunt voorstellen dat veel bibliotheken het willen hebben. Kortom, er kan dus al heel veel geleend worden. Op grond van het wetsvoorstel kan iedere Nederlandse ingezetene zich als gebruiker van deze digitale bibliotheek laten registreren. Daarbij is het niet noodzakelijk om lid te zijn van een fysieke bibliotheek.

De e-book markt is nog in ontwikkeling
De condities van het uitlenen van e-books verschillen van die van boeken uit de fysieke bibliotheek. Openbare bibliotheken hebben het recht om fysieke boeken uit te lenen zonder voorafgaande toestemming van de rechthebbenden. Per uitlening wordt dan een wettelijke vergoeding betaald aan de rechthebbenden. De fysieke markt is namelijk uitontwikkeld. Het huidige regime waaronder bibliotheken kunnen uitlenen, is het resultaat van een lang gezamenlijk proces tussen bibliotheken, uitgevers, auteurs en de overheid. Bij de digitale bibliotheek ligt dat anders. Deze markt is in ontwikkeling. Leenrecht, exceptie en auteursrecht zijn niet van toepassing op nationale en Europese digitale werken. Dat betekent dat openbare bibliotheken vooraf toestemming van de uitgevers moeten hebben om een e-book uit te lenen, zoals ik net al aangaf. Dat gebeurt op basis van overeenkomsten die uitgaan van een bedrag dat de bibliotheken per uitlening betalen. Om dat te kunnen regelen, hebben we afspraken gemaakt. De openbare bibliotheken beschikken op grond van het wetsvoorstel over een budget voor de inkoop van e-content. Dat budget komt beschikbaar door een uitname uit het Gemeentefonds en loopt van 8 miljoen in 2015 op naar 12 miljoen in 2018. Vanaf 2015 koopt de Koninklijke Bibliotheek de e-content in op voordracht van de bibliotheekbranche.

Steun voor digitaal pakket voor de jeugd
Verschillende woordvoerders hebben gezegd dat zij het met name bij de digitale bibliotheek onwenselijk vinden dat, anders dan bij de fysieke bibliotheek, het niet mogelijk is om voor groepen een wettelijke vrijstelling te maken. Het kan inderdaad niet vanwege het bestaande auteursrecht voor deze jonge markt die nog in ontwikkeling is. Een algemene lijn waarin het toch mogelijk zou zijn, kan niet. Het kan ook niet op grond van Europese afspraken, want dan zou het als staatssteun aangemerkt kunnen worden. De heer Monasch heeft wel op een interessante manier naar een alternatief gezocht, namelijk door een goed digitaal toegankelijk pakket voor de jeugd te maken. Voor het basisonderwijs kunnen dat titels met AVI-leesniveaus zijn. Voor het vo kunnen het titels zijn die op de leeslijst staan. Gezien het belang dat de heer Monasch hecht aan het meer lezen door middelbare scholieren snap ik de redenering en dit amendement goed. Dit zou mogelijk moeten zijn doordat we vanaf 2015 een budget voor de inkoop van e-content beschikbaar krijgen. Bovendien loopt het bedrag op. Een deel van dat bedrag kan gebruikt worden voor de content specifiek de jeugd. Dat kan met dit amendement. In die zin vind ik dit dan ook een sympathiek amendement. Het doet namelijk iets voor de jeugdigen, die misschien meer dan volwassen problemen hebben om te betalen. Ik zeg er ook bij dat ik bereid ben om, mocht blijken dat er met deze bedragen onvoldoende content voor de jeugd ingekocht kan worden, te bekijken of ik binnen mijn eigen begroting een kleine aanvulling kan vinden. Dan is het wel wenselijk dat dit amendement wordt aangepast. Nu lijkt het namelijk net alsof de minister elk jaar een lijst van gratis titels voor de jeugd moet vaststellen. Nou doe ik dat met alle liefde en plezier, maar ik weet niet of dat helemaal de bedoeling van de heer Monasch was. Dan moet ieder kind namelijk lezen wat ik persoonlijk op die lijst heb gezet. Ik weet niet of dat zich helemaal goed verhoudt met de ruimte die we bibliotheken en dergelijke willen geven, zoals ik zojuist bepleit heb. Ik zie dit in het licht van de onafhankelijkheid van de bibliotheek eigenlijk meer als een taak voor de professional, de Koninklijke Bibliotheek en de branche. Ik vraag de heer Monasch dus om te overwegen om het amendement op dat punt aan te passen.

Europees overleg, ook over btw-tarief e-books
Het voorstel handhaaft de bestaande wettelijke regeling die geldt voor het gebruik van een fysieke bibliotheek door de jeugd tot 18 jaar. Die fysieke bibliotheek mag al een eigen bijdrage vragen voor groepen oudere kinderen. Juist om te voorkomen dat gemeenten het zwembad sluiten, mogen zij aan jongeren de helft vragen van het contributiebedrag dat zij aan volwassenen vragen. Dit ging over de fysieke bibliotheek. Voor de digitale bibliotheek kan ik niet zomaar dit soort regels maken, omdat de digitale bibliotheek een heel ander soort markt is en bovendien een markt in ontwikkeling. Ik zou het verwijt van staatssteun kunnen krijgen. Dat mag echt niet op grond van Europese regelgeving. Ook het Nederlandse Uitgeversverbond en de Vereniging van Letterkundigen hebben in een brief aan de Kamer hier nog eens nadrukkelijk op gewezen. Het is dus niet eens zozeer een kwestie van politieke keuzes, maar ook van de vraag wat mogelijk is.
Ik ben graag bereid in Europa te pleiten voor een leenrecht-uitzondering voor e-books, ik moet daarvoor ook steun bij andere lidstaten zoeken. Bibliotheken en de rechthebbenden moeten overeenstemming bereiken over de uitleen van digitale werken. Pas als blijkt dat zij daar niet toe in staat zijn tegen de achtergrond van het geldig juridische kader, moeten er afspraken worden gemaakt over e-lending door bibliotheken en moet worden bezien op welke andere manieren dat kan. Daarbij zijn veel partijen betrokken en daarbij moeten vooral andere lidstaten worden betrokken die wellicht met hetzelfde probleem te maken krijgen. Ik zal dit ook inbrengen in de volgende OJCS-Raad. Wij moeten dit ook in het kader van het btw-tarief bezien. De verlaging van het btw-tarief voor e-books is al langere tijd een punt van discussie in Brussel. Wij hebben duidelijk laten weten dat Nederland voorstander is van verlaging van het btw-tarief voor e-books. Het is goed te proberen om dit in een geïntegreerd en iets breder kader, dus bijvoorbeeld ook in relatie tot de btw, en samen met andere lidstaten te bepleiten.

04-06-14