Teeven wil bij AMvB regelen wat al (beter) is geregeld
In een brief aan de Tweede Kamer d.d. 5 juli reageert staatssecretaris Teeven op het onderzoeksrapport van het College van Toezicht over het functioneren van Buma/Stemra naar aanleiding van de claim van componist M. Rietveldt en de betrokkenheid van voormalig Stemra-bestuurder J. Gerrits. Teeven kondigt als mosterd na de maaltijd een aantal maatregelen bij AMvB aan. De beoogde verbeteringen zijn echter al beter door de leden van VOI©E geregeld.
Ook is jammer dat de staatssecretaris in zijn brief geen melding maakt van de belangrijkste conclusie van het College, namelijk dat er geen sprake is geweest van niet integer handelen door Buma/Stemra. De aanbevelingen van het College zijn en waren gericht op het vermijden van de schijn van belangenverstrengeling en die zijn door de sector al opgepakt.
Onterecht verwijt
Buma/Stemra voert momenteel in samenspraak met de leden een wijziging van de bestuurlijke organisatie door. Teeven geeft aan dat het beter was geweest indien Buma/Stemra adviezen van het College over integer bestuur eerder op vrijwillige basis in de statuten had verwerkt. Dat is een onterecht verwijt aan Buma/Stemra. Buma/Stemra heeft samen met de andere leden van VOI©E in overleg met het College van Toezicht de Richtlijnen voor goed bestuur en integriteit tot stand gebracht. Deze richtlijnen zijn op 1 juli 2011 in werking getreden en op grond daarvan had Buma/Stemra op 23 mei 2011, voordat de kwestie Rietveldt naar buiten kwam, met de leden besloten tot een nieuwe bestuursstructuur met een onafhankelijke voorzitter.
Tegenstrijdig belang regeling gewenst
Teeven acht een onafhankelijk voorzitter een weinig stevige organisatorische waarborg, gelet op de bevinding van het College dat er bij Buma/Stemra geen procedurele waarborgen bestaan waarmee kan worden voorkomen dat er een ongewenste (schijn van) verstrengeling van belangen kan ontstaan. Indien Buma/Stemra vasthoudt aan deze organisatiestructuur, zou daar een stevige regeling voor tegenstrijdig belang situaties tegenover moeten staan.
Het heeft niet de voorkeur van de staatssecretaris dat het bestuur van Buma/Stemra uitsluitend mag bestaan uit auteurs of uitsluitend uit personen die onafhankelijk zijn, in die zin dat zij geen positie of belangen hebben in de auteursrechtwereld. Teeven acht het van belang dat cbo’s als private organisaties bestuurders hebben die het vertrouwen hebben van de leden of de achterban en voldoende specifieke kennis hebben van de branche.
Wel vindt de staatssecretaris het nodig een tegenstrijdig belang regeling op te nemen in een AMvB “good governance collectief beheer”. Dit zou als voordeel hebben dat de regeling niet alleen geldt voor Buma/Stemra maar ook voor de andere onder toezicht gestelde collectieve beheersorganisaties. Hij denkt aan een regeling die bepaalt dat bestuurders met een tegenstrijdig belang niet mogen deelnemen aan de besluitvorming. Dit zal tot op zekere hoogte aansluiten bij de richtlijnen integer bestuur die VOI©E vorig jaar voor de leden heeft opgesteld en bij de gedragscode voor bestuurders die Buma/Stemra onlangs heeft vastgesteld. Daarnaast zal de AMvB de collectieve beheersorganisaties kunnen verplichten tot registratie van gevallen waarin bestuurders een klacht indienen of een vraag stellen die betrekking heeft op een persoonlijk belang dat tegenstrijdig kan zijn met het belang van de collectieve beheersorganisatie.
Reeds goed en flexibel geregeld
Al dit soort zaken zijn reeds in de Richtlijnen voor goed bestuur en integriteit, onderdeel van het CBO-Keurmerk, geregeld. Opname in een AMvB zou volgens de staatssecretaris als voordeel hebben dat het een dwingende regeling is, terwijl de richtlijnen van VOI©E gebaseerd zijn op een “pas-toe-of-leg-uit”-systematiek, en dat het College van Toezicht op grond van de wet bevoegd is toe te zien op de naleving van de regels.
Dit is een onbegrijpelijke conclusie. De naleving van de Richtlijnen is door VOI©E al onder toezicht van het College gebracht en eventuele afwijkingen moeten aan het College worden uitgelegd, dat vervolgens op grond van de Richtlijnen, maar ook op grond van de wet, aanwijzingen kan geven wanneer het College het niet eens is met de uitleg. Er zijn momenteel 17 cbo’s in Nederland actief, met zeer grote onderlinge verschillen. Die “pas-toe-of-leg-uit”-regeling is juist essentieel om met die verschillen rekening te kunnen houden. Met een dwingende regeling dreigt een onnodig en ongewenst alles over één kam scheren. Wat dat betreft moet de inhoud van de voorgenomen AMvB straks kritisch tegen het licht worden gehouden.
Klachtafhandeling
Ook ten aanzien van de afhandeling van klachten van rechthebbenden is de staatssecretaris voornemens om een regeling te treffen in de AMvB “Good governance collectief beheer”. In die AMvB zal uitgangspunt zijn dat een klachtenregeling, anders dan thans het geval is bij Buma/Stemra, ook moet gelden voor vorderingen die een bedrag van 100.000 euro te boven gaan. Uit onderzoek van VOI©E is gebleken dat alle cbo’s voorzien in een klachten- en geschillenregeling voor rechthebbenden. Omdat de rechthebbenden zelf bestuurlijk toezien op alle cbo’s, lijkt ook dit typisch een aangelegenheid die de overheid aan zelfregulering zou moeten overlaten in samenspraak met het College van Toezicht.
Transparantie en inspraak socu-gelden is ook al geregeld
Ook met betrekking tot de besteding van geïnde gelden aan collectieve doeleinden overweegt de staatssecretaris om in te grijpen bij AMvB. Hij denkt aan een regeling die ervoor zorgt dat de aangesloten rechthebbenden inspraak hebben in het beleid ten aanzien van collectieve bestemming van gelden en dat collectieve beheersorganisaties inzage moeten geven in dat beleid. Ook dit is al door de leden van VOI©E – in overleg met het College van Toezicht – goed geregeld in het jaarlijks onafhankelijk gecontroleerde CBO-Keurmerk.
Ook beter aan zelfregulering overlaten
Naast de AMvB “Good governance collectief beheer” zal de staatssecretaris, zoals eerder aangekondigd, ook een AMvB voorbereiden die zorgt voor een nadere uitwerking van de onderwerpen uit het wetsvoorstel toezicht die betrekking hebben op de financiële aspecten van collectieve beheersorganisaties, zoals het beleggingsverbod en de normering van de beheerskosten.
Zoals eerder aangegeven is VOI©E ook met betrekking tot deze onderwerpen van mening dat dit aan zelfregulering kan en moet worden overgelaten. VOI©E zal zich daarvoor dan ook in het belang van de rechthebbenden blijven inzetten.
06-07-12