Minister Van Bijsterveldt over vermeende 'ongehoorde opstelling' cbo's

Minister Van Bijsterveldt in antwoord op vragen van de PvdA-fractie: "Het aanbieden van programma’s via internet is een nieuwe openbaarmaking. Daarvoor kunnen rechthebbenden een vergoeding vragen. Dit is niet ongehoord maar de gebruikelijke auteursrechtelijke praktijk."

In de Nota naar aanleiding van het verslag over het wetsvoorstel tot wijziging van de Mediawet gaat minister Van Bijsterveldt van OCW in op vragen van de PvdA-fractie in de Vaste Commissie voor OCW over geld vragen voor kabeldoorgifte en uitzenden via internet door de publieke omroep.
De publieke omroep kan auteursrechtelijke vergoedingen aan kabelexploitanten vragen voor zover de omroep de rechten op een productie heeft en in de praktijk gebeurt dit ook. De regering acht het logisch en marktconform dat de publieke omroep een rechtenvergoeding vraagt aan exploitanten die omzet generen met de exploitatie van door hen geproduceerde content.

Wat offline geaccepteerd is, zou ook online mogelijk moeten zijn
De leden van de PvdA-fractie hadden ook gevraagd of de regering het met hen eens is dat het ‘ongehoord’ is om van kijkers en luisteraars geld te vragen voor de uitzendingen van de algemene radio- en televisiekanalen of voor het terugkijken of -luisteren van eerder uitgezonden programma’s via internet. Verder stelden zij vragen over de achterhaalde opstelling van collectief beheerorganisaties bij het verlenen van toestemming voor de distributie van programma’s via internet en wilden zij het actual audience principe wettelijk vastleggen.
De regering is het eens met de leden van de PvdA-fractie dat de publieke omroep geen directe vergoeding mag vragen aan kijkers en luisteraars voor de uitzendingen van de algemene radio- en televisiekanalen.
Voor wat betreft uitgesteld kijken onderzoekt de NPO of in bepaalde gevallen hiervoor een vergoeding gevraagd zou kunnen worden. Gedacht wordt dan aan ouder archiefmateriaal en eventueel previews. Voor de dienst Uitzending Gemist zal geen vergoeding gevraagd worden gedurende bijvoorbeeld de eerste tien dagen. De regering wacht met een definitief oordeel, totdat de plannen van de NPO duidelijker zijn.
In principe wijst de regering het vragen van een vergoeding voor bepaalde diensten niet op voorhand af. Wat offline geaccepteerd is, zoals de verkoop van programma’s op DVD, zou ook online mogelijk moeten zijn.
De regering is het eens met deze leden dat uitgesteld kijken en luisteren via internet tegenwoordig tot de normale distributie van programma’s hoort. Het aanbieden van programma’s via internet is echter auteursrechtelijk gezien een nieuwe openbaarmaking. Daarvoor is toestemming van rechthebbenden vereist. Zij kunnen daarvoor een vergoeding vragen, indien de rechten voor deze vorm van exploitatie nog niet geregeld zijn. Dit is niet ongehoord maar de gebruikelijke auteursrechtelijke praktijk. Partijen dienen hier onderling afspraken over te maken. Daarover lopen al enige tijd onderhandelingen. De hoogte van de vergoedingen is één van de punten waarover partijen nog verdeeld zijn. Makers dienen zich bewust te zijn dat het een wettelijke taak van de publieke omroep is om op alle platforms aanwezig te zijn en dat de omroepen nog maar zeer bescheiden inkomsten hebben uit deze nieuwe exploitatievormen. Maar indien er extra inkomsten gegenereerd worden, is het redelijk dat makers daarin meedelen. De regering verwacht dat de onderhandelingen tot resultaat zullen leiden en ziet vooralsnog geen reden om, buiten het reguliere overleg, met collectief beheerorganisaties om de tafel te gaan zitten.

Cbo’s zijn niet uit op het vergroten van hun winsten
Dat collectief beheerorganisaties uit zijn op het vergroten van hun winsten, moet worden weersproken. De beheerorganisaties innen ten behoeve van de bij hen aangesloten makers. Om er voor te zorgen dat de geïnde gelden maximaal bij de makers terecht komen is in het wetsvoorstel Toezicht collectief beheer een aantal voorzieningen opgenomen. Voor de hoogte van vergoedingen kan men straks ook bescherming ontlenen aan het voorgestelde preventieve toezicht op tariefsstijgingen door het College toezicht auteursrecht en de geschillencommissie voor tariefsgeschillen. Indien geen gebruik gemaakt wordt van de geschillencommissie en men rechtstreeks naar de rechter gaat, dient de geschillencommissie om advies te worden gevraagd.
In het wetsvoorstel Toezicht collectief beheer wordt het actual audience principe vastgelegd als een belangrijk criterium voor de vaststelling van de billijke vergoeding door de geschillencommissie. In de wens van deze leden wordt dus voorzien.

23-12-11

X

Meld u aan voor onze nieuwsbrief.

Hartelijk dank voor uw aanmelding.

U heeft niet alle velden ingevuld.

U heeft een ongeldig e-mailadres ingevoerd.