Misverstand 8: 'Ze stellen eenzijdig de tarieven vast vanuit hun monopoliepositie'

Er zijn vijf organisaties in Nederland met een monopoliepositie. Buma heeft daarbij nog een bijzondere status omdat zij namens rechthebbende muziekauteurs een exclusief auteursrecht uitoefent (voor uitvoeringsrecht is toestemming van de maker nodig, die dit recht heeft overgedragen aan Buma). Voor de uitoefening van dit recht is een vergunning van de overheid nodig en die is verleend aan Buma. Als vergunninghouder staat Buma sinds jaar en dag onder toezicht van de overheid. Zoals iedere exploitant van exclusieve auteursrechten mag Buma de tarieven vaststellen.

Maar zoals iedere marktpartij heeft ook Buma te maken met een (internationale) markt van vraag en aanbod en vaak goed georganiseerde en krachtige vertegenwoordigers van gebruikers (vooral brancheorganisaties). De NMa en de rechter zien er op toe dat geen misbruik van een machtspositie wordt gemaakt. En uiteindelijk hebben natuurlijk de aandeelhouders, de muziekauteurs zelf, belang bij redelijke tarieven. Niemand is verplicht om muziek te gebruiken; ook daar is sprake van marktwerking. Een vergelijkbare situatie geldt voor Sena, dat door de wetgever is aangewezen om de Wet op de naburige rechten uit te voeren.

De stichtingen De Thuiskopie en Leenrecht zijn ‘eigen recht organisaties’; gerechtigd om de wettelijk verschuldigde vergoedingen te incasseren en te verdelen, bij uitsluiting van ieder ander, ook de rechthebbenden zelf. De tarieven moeten worden vastgesteld in onderhandeling met vertegenwoordigers van betalingsplichtigen, ingebed in een onderhandelingsstichting met een door de overheid benoemde onafhankelijke voorzitter. Stichting Reprorecht is ook een eigen recht organisatie, maar mag niet zelf het tarief vaststellen; het reprorechttarief wordt door de wetgever bij Algemene Maatregel van Bestuur bepaald en is al sinds de vaststelling (1974) ongewijzigd. Op basis van het tarief per fotokopie heeft Reprorecht regelingen getroffen met vertegenwoordigende organisaties, zo ook de Regeling Bedrijfsleven met VNO-NCW en MKB-Nederland.

De vier overige cbo’s die in een specifieke deelmarkt functioneren, hebben geen monopoliepositie. Zij moeten hun vergoedingen gewoon in de markt overeenkomen.

terug

X

Meld u aan voor onze nieuwsbrief.

Hartelijk dank voor uw aanmelding.

U heeft niet alle velden ingevuld.

U heeft een ongeldig e-mailadres ingevoerd.