Misverstand 6: 'Ze houden geen rekening met het feitelijk gebruik en ze zorgen voor een verhoogde administratieve lastendruk'
Zowel voor gebruikers als voor rechthebbenden is het meest ideale model als ieder gebruik kan worden afgerekend op basis van het feitelijke gebruik. Daar is geen enkel misverstand over. Het overgrote deel van het gebruik van beschermde werken wordt ook op basis van gemeten of opgegeven gebruik afgerekend. Echter, juist bij sommige collectieve regelingen is het feitelijk ondoenlijk om elk gebruik te registreren en af te rekenen omdat dan de uitvoeringskosten, zowel voor gebruikers als voor rechthebbenden, onevenredig hoog worden.
Die collectieve regelingen omvatten vaak een compromis tussen enerzijds een relatie met het feitelijk gebruik en anderzijds zo laag mogelijke administratieve lasten. Voorbeelden hiervan zijn de tarieftabellen van Buma, Sena en Reprorecht. Op basis van onderzoek wordt het gemiddeld gebruik vastgesteld en dat komt tot uiting in tarieftabellen die rekening houden met de gemiddelde omvang van gebruik. Dat is altijd een next-best oplossing en er is dus ook altijd kritiek op mogelijk vanuit beide uitgangspunten: het is niet volledig gebaseerd op het feitelijk gebruik van de desbetreffende gebruiker en er is nog wel sprake van enige uitvoeringskosten, zeker als de gebruiker zijn feitelijk gebruik wil aantonen. De cbos houden echter juist zoveel mogelijk rekening met beide factoren.