Misverstand 3: 'Er zijn heel veel organisaties, ze komen als paddestoelen uit de grond'
Sommige ondernemingen hebben de laatste tijd met een aantal cbos te maken gekregen en hebben daardoor de indruk dat het aantal incasso-organisaties alsmaar groeit. Het is echter niet het aantal organisaties dat toeneemt, maar het gebruik van beschermde werken en prestaties. Ook kan het zijn dat die ondernemingen onder nieuwe wettelijke regelingen vallen.
Maar de vier organisaties die bij de meeste bedrijven en bij de publieke sector incasseren zijn al minstens 18 jaar oud of nog veel ouder: Buma/Stemra (resp. 1913, 1936), Reprorecht (1974), Videma (1993) en Sena (1993). Daarnaast zijn er nog vijf organisaties die bij een klein specifiek deel van de markt gelden voor gebruik incasseren: Pictoright (die de collectieve incasso voortzet van stichting Beeldrecht, 1977), Lira (1986), Thuiskopie (1991), Leenrecht (1996) en PRO (1997). De laatste 14 jaar zijn er geen nieuwe incasso-organisaties bijgekomen.
De overige cbos houden zich voornamelijk bezig met de verdeling van gelden uit de diverse collectieve inkomsten-bronnen onder hun eigen achterban. Deze zogenoemde 'verdeelorganisaties' zijn om zo efficiënt mogelijk te werken per groep rechthebbenden ingericht, bijvoorbeeld voor schrijvers, componisten, fotografen of uitgevers. Gebruikers hebben nu maar met één organisatie te maken die de desbetreffende groep rechthebbenden vertegenwoordigt. Deze groep stemt immers in met het gebruik tegen de overeengekomen vergoeding, zowel in Nederland als in het buitenland via hun buitenlandse zusterorganisaties. En rechthebbenden hoeven niet voor ieder gebruik apart te onderhandelen en factureren.