Binnen de vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van de Tweede Kamer hebben leden van de D66-fractie aan de minister vragen gesteld over de effecten van het volgrecht. 

De leden merken op dat Nederland heeft gekozen voor het drempelbedrag van €3000 om de administratieve kosten voor de kunsthandel en de veilinghuizen te beperken. Zijn op deze manier ook de belangen van individuele kunstenaar voldoende meegewogen? Deze leden vragen ook welke drempelbedragen andere landen, zoals bijvoorbeeld België, Frankrijk en Duitsland, hanteren.

De leden lezen voorts dat in de praktijk niet alle individuele kunstenaars, die niet zijn aangesloten bij Pictoright, zich op het volgrecht beroepen. Heeft de minister een inschatting hoe vaak volgrecht niet wordt opgeëist en wat hiervoor de redenen zijn? Is de praktijk voor individuele kunstenaars voldoende inzichtelijk om van hun volgrecht gebruik te kunnen maken?

De leden vragen tevens of de minister nader kan ingaan op de werking van het systeem van vrijwillig collectief beheer, zoals we in Nederland kennen. Wordt hiermee voldaan aan de wettelijke verplichting tot het afdragen van volgrecht? Klopt het dat Duitsland, het Verenigd Koninkrijk en Italië al enige tijd een systeem van verplicht collectief beheer kennen en dat België hier onlangs naar is overgestapt? Kan de minister ingaan op de ervaringen hiermee in deze landen? Is de minister bereid te onderzoeken wat de voor- en nadelen van de invoering van verplicht collectief beheer zouden kunnen zijn en is zij bereid met betrokkenen in overleg te treden om te bezien of dit ook in Nederland op draagvlak zou kunnen rekenen?

01-02-2017