Op 15 maart is in het Staatsblad gepubliceerd het Besluit van 6 maart 2017, houdende de aanwijzing van een adviesorgaan en nadere regels voor de vaststelling van een billijke vergoeding als bedoeld in artikel 25c van de Auteurswet, alsmede enige technische aanpassingen in het Besluit op het specifiek cultuurbeleid (Besluit billijke vergoeding artikel 25c Auteurswet).

Ingevolge artikel 25c Auteurswet hebben makers van auteursrechtelijk beschermde werken die een overeenkomst sluiten met een exploitant recht op een billijke vergoeding voor de verlening van een exploitatiebevoegdheid, en kan de Minister van OCW, na overleg met de Minister van V&J, de hoogte van een billijke vergoeding vaststellen voor een bepaalde periode en binnen een bepaalde branche. De Minister van OCW kan enkel tot vaststelling overgaan op gezamenlijk verzoek van een in de desbetreffende branche bestaande vereniging van makers en een exploitant of vereniging van exploitanten.

Dit besluit stelt nadere regels aan het verzoek tot vaststelling van een billijke vergoeding en bevat nadere eisen aan het 'gezamenlijk gedragen advies', een onderdeel van het voornoemde verzoek. Dit betreft de motivering, de periode waarvoor die vergoeding zou moeten gelden en de specificatie (zoals het soort exploitatiehandelingen waarop de billijke vergoeding betrekking heeft). Daarnaast moet worden gemotiveerd waarom de geadviseerde billijke vergoeding (wat betreft de indieners) noodzakelijk is, gelet op het belang van het behoud van de culturele diversiteit, de toegankelijkheid van cultuur, een doelstelling van sociaal beleid en het belang van de consument.

Het volledige besluit en de nota van toelichting vindt u hier.

15-03-2017